Kerkgenootschap Hervormd Lokaal
 en de Stichting Bijstand Kerkgenootschap Hervormd Lokaal 1618-1619

 Welkom om de website van het Hervormd Lokaal te Capelle aan den IJssel

Historie en ontstaan

Het Kerkgenootschap Hervormd Lokaal is evenals vele andere afscheidingen vanuit de Nederlands Hervormde Kerk ontstaan. Dit proces van afscheidingen is begonnen bij de Afscheiding van ds. H. De Cock te Ulrum in 1834. Dit heeft er toe geleid dat er vanaf 1839 naast de Nederlandse Hervormde Kerk  andere kerkgenootschappen zijn ontstaan (ds. H.P. Scholte die de zogenoemde “vrijheids-aanvrage” indiende die leidde tot de oprichting van de ‘Christelijk Afgescheiden Gemeente’).

Echter, er waren ook vele bezwaarden, die het niet eens waren met de leer en gang van zaken in de Nederlands Hervormde Kerk, maar die ook niet de vrijmoedigheid hadden om een eigen, zelfstandige kerkgenootschap op te richten. Deze gemeenten noemden zich ‘Gereformeerde Kerk o/h Kruis’. 

Bij de overgang in 1869 van de ‘Christelijk Afgescheiden Gemeente’ naar de ‘Christelijk Gereformeerde Kerk’, scheidden zich daaruit weer velen af en gingen samen met de ‘Gereformeerde Kerk o/h Kruis’ en vormden daarmee de ‘Gereformeerde Gemeenten o/h Kruis’. 

Ds. B. Sterkenburg (1809-1900) was een voorganger in de kruisgemeenten. Deze voorganger wordt wel de man van de derde mogelijkheid genoemd (zie in boek “ Kruisdominees” , F.L. Bos), hetgeen kort inhoudt dat men 

-      zich niet meer kon vinden in de Nederlands Hervormde Kerk (1e mogelijkheid), 

-      het ook niet durfde om een eigen kerkgenootschap op te richten (2e mogelijkheid), 

-      dus buiten de Nederlands Hervormde Kerk, maar niet in een eigen opgerichte kerkgenootschap, onder biddend opzien naar Gods Geest en genade, het herstel van de breuk van de kerk afwacht (3e mogelijkheid). Dit werd wel de optie genoemd om de Nederlands Hervormde Kerk ‘terug te brengen in het gereformeerde spoor der vaderen’. 

Ds. H. Stam (1839-1916) was woonachtig in Capelle aan den IJssel en was blijkens zijn inschrijving per 8 januari 1877 lid van de plaatselijke Hervormde gemeente. In deze tijd was het onrustig in kerkelijk Nederland (de tijd na de Afscheiding in 1834 en rondom de Doleantie (in 1886, van ‘dolere’ = klagen)) en Stam kon zich niet meer vinden in de Nederlands Hervormde Kerk te Capelle aan den IJssel. Op basis van notulen blijkt dat Stam zich in 1881 heeft losgemaakt van onder de ‘ Haagsche Synode’ en kwam hij, met nog enkele gezinnen ’s zondags gezamenlijk bijeen op zijn boerderij waar predicaties van oudvaders werden gelezen. 

Naast het lezen van oudvaders op de boerderij van Stam, stelden deze gezinnen zich onder het gehoor van ds. Van Smalen die in 1883 was bevestigd als dominee van de kruisgemeente te Rotterdam.

De groep die deelnam aan de leesdiensten op de boerderij van Stam groeide in die tijd en maakte het noodzakelijk dat er naar een grotere ruimte werd omgezien. Deze grotere ruimte werd gevonden in de boerderij van C.B. Parqui waar een inpandige dorsvloer gehuurd kon worden en er voor circa 80 personen plaats was. Op basis van archiefonderzoeken stond deze boerderij met dorsvloer aan de Bermweglaan, thans Goudenregenstraat, ter plaatse van de nummers 48 t/m 58. Volgens overlevering en op basis van wat is af te leiden uit notulen van de dolerenden, is op de dorsvloer voor het eerst samengekomen op 3 januari 1886, hetgeen als ontstaansdatum van de Kerkgenootschap Hervormd Lokaal te Capelle aan den IJssel beschouwd wordt. 

Ds. Stam heeft worstelingen gekregen om als predikant te gaan dienen. De precieze datum is niet bekend, maar zeker is dat hij vanaf 1890 voorging/oefende in de samenkomst te Capelle aan den IJssel. De hiervoor genoemde ds. Sterkenburg had zich in 1888 gevestigd in Alblasserdam en is in contact gekomen met ds. Stam. Ds. Sterkenburg heeft tot aan de bevestiging van ds. Stam in 1896 de sacramenten in de Kerkgenootschap te Capelle aan den IJssel bediend.

Nadat ds. Sterkenburg in het jaar 1900 is overleden, was ds. Stam de enige voorganger binnen de gemeenten van Capelle aan den IJssel, Alblasserdam, Hendrik Ido Ambacht, Schiedam en Sliedrecht.

Ds. Stam kwam reeds enkele weken na zijn bevestiging in Capelle aan den IJssel in conflict met de plaatselijke kerkenraad van de Nederlandse Hervormde kerk. Dit conflict ging (uiteraard) over het feit dat ds. Stam predikant was en de sacramenten bediende in een zelfstandige gemeente (die toen nog niet een eenduidige naam en aanduiding had). Dat was voor een ‘gewoon’ lid van de Nederlandse Hervormde kerk niet toegestaan. Het conflict heeft enkele jaren gesleept en uiteindelijk is in een vonnis ds. Stam als lid van de Nederlandse Hervormd kerk geschrapt middels publicatie op 3 april 1897. In vervolg hierop werden vergelijkbare maatregelen genomen tegen mensen die onder het gehoor van ds. Stam zaten en dit gaf veel onrust in de gemeente Capelle aan den IJssel. 

In die periode zocht de gemeente in Capelle aan den IJssel (die sinds 3 januari 1886 op de boerderij van de heer C.B. Parqui bijeenkwam) naar een eigen 'vergaderlokaal'. Dit is voor ds. Stam een zaak van veel gebed en nauw leven met de Heere geweest. Door een weg van gebed en veel tegenslagen is uiteindelijk toestemming gekregen voor de bouw van een (houten) kerkgebouw aan de Bermweglaan (nu ingang Ericaplein). Ouderling A. Slobbe was ten volle overtuigd dat de Heere hierin voorzien had en liet daarom op het gebouw 'Eben-Haëzer' schilderen; immers de Heere had ons 'tot hiertoe geholpen'. Dit gebouw is in gebruik genomen op zondag 7 mei 1899.

Enkele jaren daarna betrok hij op 14 april 1902 een nieuw woonhuis, nadat hij van de erven Parqui een perceel aan de Bermweglaan (de huidige Goudenregenstraat) en grenzend aan het kerkpad naar het kerkgebouw had gekocht. 

Als snel nadat ds. Vlot in 1936 als voorganger van de gemeente is bevestigd, bleek het kerkgebouw te klein en is gezocht naar uitbreiding van het kerkgebouw. In 1936 heeft deze uitbreiding plaatsgevonden en is tegelijk het kerkgebouw op een fundering geplaatst en zijn er gemetselde muren aangebracht. In 1963 is het kerkgebouw verbouwd onder andere door het aanbrengen van een voorportaal en toiletgelegenheden. Eveneens heeft er in 1972/1973 een grote verbouwing plaatsgevonden, gevolgd door aanpassingen in 1983 en 2010. Bij de laatste verbouwing zijn de toiletvoorzieningen geheel vernieuwd, zijn er enkel vergaderzalen gecreëerd en is er een ruime hal beschikbaar. In 2016 zijn nieuwe kerkbanken aangeschaft en is de kerkzaal geheel opgeknapt. 

Positie van het kerkgenootschap

Zoals eerder geschreven is het Hervormd Lokaal ontstaan als gevolg van de ontwikkelingen van de leer en gang van zaken in de Nederlandse Hervormde Kerk. Daarbij is gekozen voor de  ‘derde mogelijkheid’, zoals die is verwoord in een verklaring die is opgesteld in de jaren vijftig van de 20e eeuw:

“De ondergetekenden, leden der besturen van de kerkgenootschappen tot het houden van vergaderingen ter verkondiging van Gods Woord, zoals die gemeenschappen zijn ontstaan en overgebleven uit de arbeid in de dienst des Woords, door de voorgangers B. Sterkenburg, H. Stam en J.H. Boogaard, in vergadering bijeen te Hendrik-Ido-Ambacht,

overwegende:

Dat de satan niet zal aflaten te trachten op allerlei wijzen de prediking van het zuiveren Evangelie afbreuk te doen en daartoe zowel in- als uitwendig alles zal aanwenden, wat in zijn vermogen ligt,

Verklaren zich gedrongen te voelen:

a)   De kern van de door hen aangehangen leer en de daarmee samenhangende grond van hun bestaan vast te leggen;

b)   Enige algemene richtlijnen vast te stellen voor de ordelijke besturing der gemeenschappen en handhaving van het onderling verband.

Artikel 1

Als enige richtsnoer voor geloof, handel en wandel erkennen zij slechts de Heilige Schriftuur.

Artikel 2

Zij belijden dat de inhoud van de Heilige Schriftuur kort, zakelijk en helder is neergelegd in de drie formulieren van Enigheid, vastgesteld in de Generale Synode van Dordrecht, gehouden in de jaren 1618-1619, zodat zij zich daardoor eveneens volkomen gebonden verklaren, zolang niet op een gemeenschappelijke vergadering uit de Heilige Schrift onomstotelijk is aangetoond, dat er dwalingen in zijn vervat.

Artikel 3

Deze leer is door hun, in de aanhef genoemde, voorgangers getrouwelijk uitgedragen en verdedigd, zodat deze leer onder hen is onderhouden en door de vrucht, die het Gode behaagd heeft door hun bediening te geven in bekering onder hen, ook volkomen zekerheid heeft.

Artikel 4

Nochtans hebben zij nimmer de vrijheid gevonden zich tot een kerk of kerkgenootschap te verheffen, daar zij van de Nederlandse Hervormde Kerk belijden, dat deze als het in Nederland geopenbaarde lichaam van Christus, gekocht door Zijn dierbaar bloed, hetwelk is bevestigd met het bloed der martelaren, de moederkerk is. En, hoewel in zo groot en jammerlijk verval, daarmede niet aan de getrouwheid en de beloften Gods ontvallen, evenmin als onder het Oude Verbond de berg Sion, hoewel de tempel menigmaal verontreinigd is geweest met afgoden, ja, gesloten is geweest en eindelijk naar het rechtvaardig oordeel Gods zelf geheel verwoest werd, door God ooit is verwisseld voor een andere plaats om Zich te openbaren. Maar, wanneer Zijn oordelen hun vervulling hadden gehad, heeft Hij Zijn openbaring op dezelfde plaats hersteld, zoals Hij al voor de verwoesting had laten voorzeggen door Zijn profeten.

Artikel 5

Omtrent de Nederlandse Hervormde Kerk belijden zij verder, dat deze door het geestelijk verval in de achttiende eeuw, in 1816 is gebracht onder de wereldlijke regering en ordinantiën, die niet overeenkomstig de Heilige Schrift zijn; hetgeen het verval heeft bestendigd.

Toen dan ook Christus niettegenstaande dit alles, Zijn gemeente, ook al was deze in vreemde handen, met Zijn heil wilde bezoeken (de geestelijke opleving in het begin van de negentiende eeuw) heeft dat allerlei wrijving en botsing veroorzaakt en is de geestelijke breuk, die er lag tussen Christus en Zijn gemeente, omgezet in een voor elk aanschouwelijke en tastbare breuk, namelijk de Afscheiding, met alle, daaruit weer voortvloeiende, gevolgen.

In plaats van bij Christus aan de deur te zijn, Die toch het Hoofd van de kerk is, heeft men het tot aardse machten gewend en daarvoor, respectievelijk, daardoor afstand gedaan van alle rechten, als leden van de Kerk en daarmee aardse vrijheid gekocht en toen naast de Kerk een eigen huis gebouwd, waarmede het koninklijk ambt van Christus is verloochend.

Artikel 6

In deze Afscheiding zijn de bovengenoemde gemeenschappen niet mee kunnen gaan; doch gelovende, dat zij in die Kerk thuis hoorden, uit de honger naar Gods Woord, om hun voorgangers verzameld bleven, er op uitziende of Christus nog eens Zelf orde op zaken wilde komen stellen, om alzo de hun ontzegde plaats aan hen te hergeven.

Artikel 7

Mitsdien kunnen zij geen enkele afscheidingsgroep erkennen als de voorzetting van de Christelijke kerk, doch belijden zij dat geheel het kerkelijk erf van Nederland onder de breuk ligt, als een nationale zonde, waar zij zelve niet boven staan, daar deze zonde geheel Nederland aangaat.

Artikel 8

Zij zijn dan ook noodgedwongen blijven voortbestaan, zonder zich ergens bij te kunnen aansluiten of zonder zichzelf zelfs maar een naam te durven aanmeten, of lidmaatboeken te durven aanleggen, zorgende alleen voor een behoorlijke administratie en de bediening van de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal, als de van God Zelf ingestelde sacramenten.

Artikel 9

In al hun vergaderingen wordt dan ook de Naam Gods openlijk aangeroepen, of Hij Zijn voetstappen in ons wil komen indrukken, orde op zaken wil stellen, te niet doende alles, wat zich daartegen keert en Zijn verscheurde en verbrokkelde gemeente wil komen herstellen door de werking Zijns Geestes en daartoe land, volk en kerk de nodige schuld en boete wil komen opleggen.“

De oorsprong van Hervormd Lokaal ligt dus niet in de Afscheiding van 1834 of in een andere afgescheiden gemeente. De gemeente voelt zich ‘Hervormd’ en ziet uit naar het herstel van de Nederlandse moederkerk waarin zij haar plaats weer kan innemen. 

Deze positie komt niet voort uit hoogmoedige gevoelens, aangezien zij erkent, evenals geheel kerkelijk Nederland, onder de breuk te liggen. Kerkelijk gezien kan Hervormd Lokaal dan ook beschouwd worden als noodgedwongen ‘dakloos’ te zijn in kerkelijk Nederland. Dit in het besef van diepe schuld en dat er niets is om zich op te beroemen. In tegendeel: alles roem is uitgesloten! 

Samenwerking met zustergemeenten

In het boek “ Kaart van kerkelijk Nederland” geschreven door Dr. C.N. Impeta (1972) wordt onder het kopje “Gemeenten, ontstaan uit de prediking van wijlen ds. B. Sterkenburg en ds. H. Stam” het volgende vermeld: “Deze gemeenten voeren geen naam. Zij hebben zich, daar zij de Nederlandse Hervormde Kerk als het geopenbaarde lichaam van Christus in Nederland blijven erkennen, niet tot kerk durven institueren, maar wachten op het herstel van de breuk der kerke Christi uit Gods Geest en genade af. Deze gemeenten worden gevonden te Alblasserdam, Capelle aan den IJssel, Hendrik Ido Ambacht, Schiedam en Sliedrecht.”

 Dit geeft aan dat er vanuit het werk van ds. Sterkenburg, ds. Stam en ds. Bogaard een groep van vijf ‘ zustergemeenten’  is ontstaan. Deze gemeenten onderhielden nauwe banden met elkaar en stonden elkaar ook in allerlei zaken bij. Uit de overlevering en nagelaten geschriften kan worden opgemaakt dat de banden nauw waren en dat met recht kan worden gezegd: “Ai, ziet hoe goed, hoe lieflijk is ‘t dat zonen van ’t zelfde huis, als broeders samen wonen”. Tegelijkertijd moeten we met pijn in het hart constateren dat, beïnvloedt door de ontwikkelingen in de tijd in (kerkelijk) Nederland in het algemeen en in de vijf gemeenten in het bijzonder, deze nauwe band nu veel minder ervaren wordt. 

In de gemeente Sliedrecht heeft ds. H. Stam de heer J.H. Bogaard (1868-1940) bevestigd, die op dat moment godsdienstonderwijzer in de Nederlandse Hervormde Kerk te Sliedrecht was en een preekbevoegdheid had in de classis Dordrecht en Brielle. 

Dit gebeurde in 1908 en als gevolg hiervan werd in 1909 het lidmaatschap van de Nederlandse Hervormd Kerk van ds. Bogaard vervallen verklaard. Ds. Bogaard kon daardoor niet meer behoren tot de Nederlandse Hervormde Kerk, maar kon zich ook niet aansluiten bij de afgescheiden kerken. Zij kwamen daarom samen in een speciaal voor dat doel gebouwde schuur, die “het Hervormd Lokaal” werd genoemd.

Ds. Stam overleed in het jaar 1916 waarna dus ds. Bogaard de enige voorganger van de Hervormd Lokaal gemeenten was. Ds. Bogaard heeft in 1936 ds. H. Vlot (1898-1976) bevestigd als voorganger van de gemeente Capelle aan den IJssel waar ds. Vlot als sinds 1928 voorging.

Voorgangers

Ds. B. Sterkenburg

Ds. Bastiaan Sterkenburg (1809-1900) is geboren in Almkerk en heeft gestudeerd aan de universiteit van Leiden en is daarna ook ingeschreven geweest aan de universiteit van Groningen. Waarschijnlijk heeft hij zijn theologische studie niet afgerond en in 1840 zegt hij daar zelf over dat hij daar ‘wegens gemoedelijke [gemoeds]bezwaren in de leerwijze en de afwijkingen van de vanouds gereformeerde leer’ zich niet langer hiermee kon verenigen. 

Ds. Sterkenburg wordt in 1840 oefenaar in Giessendam en wordt in 1845 bevestigd tot predikant te Nieuwerkerk (in Zeeland) door ds. C. van den Oever. Vervolgens heeft hij gediend in Haarlem en woont en werkt hij in de Bommelerwaard. Vanuit Amerongen is ds. Sterkenburg in 1878 in een bestaande samenkomst te Kinderdijk komen preken en hij is daar later ook gaan wonen. Deze gemeente heeft hij tot zijn dood in 1900 mogen dienen.

Ds. Stam is in 1896 door ds. Sterkenburg als voorganger bevestigd in de gemeente Capelle aan den IJssel. Zoals ook in het boek ‘Voor ’t nageslacht’ in hoofdstuk 3 staat beschreven heeft ds. Stam in de periode voor zijn bevestiging worstelingen gekend met de vraag of hij het Woord zou moeten bedienen. Dit is begonnen met het lezen van predicaties van oudvaders in zijn boerderij samen met andere families (o.a. van J. Oudshoorn, A. Slobbe en J. van Rijs). Vanaf 3 januari 1886 werd samengekomen op de dorsvloer van Van Leeuwen en vanaf 1890 ging ds. Stam ook voor/oefende hij in deze bijeenkomst. 

Omdat ds. Stam toen nog niet bevestigd was, bediende ds. Sterkenburg gedurende die tijd de sacramenten in de gemeente te Capelle aan den IJssel. Ds. Sterkenburg was er echter al wel bij bepaald dat hij de heer Stam nog eens in het ambt van herder en leraar zou moeten bevestigen. Dit heeft ds. Sterkenburg ook met de heer Stam besproken, maar die durfde dit zware ambt niet op zich te nemen. Ds. Sterkenburg heeft daar diverse malen op aangedrongen, maar de heer Stam wilde niet.

Vervolgens werd ds. Sterkenburg ziek en was het menselijkerwijs niet meer te verwachten dat ds. Sterkenburg de heer Stam nog zou kunnen bevestigen. Echter, als de wegen naar de mens vastlopen, gaat de Heere door. Zo werd de heer Stam door de Heere zelf overreed om het ambt van herder en leraar op zich te nemen. Hij ging dit vragen aan ds. Sterkenburg die ziek in Kinderdijk te bed lag, en ook toen leek het menselijkerwijs onmogelijk dat ds. Sterkenburg nog in staat zou zijn om deze bevestiging te doen. De Heere heeft Zijn woord waargemaakt en aan het einde van het jaar 1896 (ds. Sterkenburg was toen 87 jaar) is ds. Stam als herder en leraar te Capelle aan den IJssel bevestigd.

Ds. Sterkenburg heeft tot vrijwel het einde van zijn leven de gemeenten gediend. Zijn laatste predicatie was op 30 juli 1899 over de tekst: “En ik, broeders, als ik tot u ben gekomen, ben niet gekomen met uitnemendheid van woorden of van wijsheid, u verkondigende de getuigenis Gods. Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” (1 Korinthe 2 vers 1 en 2). Ds. Sterkenburg is overleden op 18 januari 1900. Zijn begrafenis heeft plaatsgevonden op 22 januari 1900 en die werd geleid door ds. Stam, die dus net 3 jaar daarvoor als dominee was bevestigd. Ds. Stam was toen als enige voorganger van de ‘zustergemeenten’ overgebleven in een periode waarin het op kerkelijk gebied in Nederland en ook in Capelle aan den IJssel ‘roerig’ was. 

Ds. H. Stam

Zoals hiervoor beschreven is ds. Hendrik Stam door ds. Sterkenburg bevestigd als predikant te Capelle aan den IJssel. Ds. Stam ging voor in gemeenten te Alblasserdam, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam en Sliedrecht. Ds. Stam heeft vervolgens Ds. Bogaard(1868-1940) in 1908 bevestigd als predikant te Sliedrecht. Menselijkerwijs gesproken hebben deze drie voorgangers aan de basis gestaan van de vijf kerkelijke ‘ Hervormd Lokaal’ gemeenten in Zuid-Holland.

Een overzicht van deze vijf gemeenten en de voorgangers die hier gediend hebben kan als volgt worden gegeven. Tussen haakjes staat vermeld het jaar van bevestiging in het ambt van herder en leraar van de betreffende gemeente.

 

Alblasserdam

Capelle a/d IJssel

Hendrik Ido Ambacht

Schiedam

Sliedrecht

Dominee die bevestiging deed












Ds. Sterkenburg

 

Ds. Stam (1896)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. Stam

 

 

 

 

Ds. Bogaard (1908)

 

 

 

 

 

 

Ds. Bogaard

 

Ds. Vlot (1936)

 

Ds. Hofman (1936)

Ds. Bijkerk (1940)

 

 

 

 

 

 

Ds. Vlot en ds. Hofman

 

 

Ds. G.vd Breevaart (1942)

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. Hofman

Ds. Verloop (1951)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. Vlot

 

Ds. Van Roon (1975)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. G. vd Breevaart

Ds. De Waard (1968)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. Verloop

 

 

Ds. De Waard (1976)

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. Van Roon

 

 

Ds. Kot (1986)

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. Van Prooijen

 

Ds. Van Os (2004)

 

 

 

 

Voorgangers Hervormd Lokaal te Capelle aan den IJssel 

Ds. H. Stam (voorganger in de periode 1896 – 1916)

Hendrik Stam is geboren op 23 juni 1839 te Kockengen. Hij is op 23 maart 1866 getrouwd met Annetje Oosterom die op 15 maart 1871 is overleden. Hij bleef achter met een dochtertje van 15 maanden en een zoontje van 2 maanden. Hendrik Stam is daarna te Wilnis getrouwd met Jannigje de Wit. Hij heeft verschillende beroepen uitgeoefend, zoals dat van schipper, arbeider en grutter. De exacte reden is onbekend, maar op 21 december 1876 is het gezin Stam vertrokken naar Capelle aan den IJssel.

Rond 1895 werd ds. Sterkenburg door de Heere bepaald dat hij Hendrik Stam in het ambt van herder en leraar te Capelle aan den IJssel moet bevestigen. Deze bevestiging heeft plaatsgevonden aan het einde van het jaar 1896.

De ambtelijke werkzaamheden van ds. Stam waren zeker niet beperkt tot de gemeente te Capelle aan den IJssel, zeker niet toen ds. Sterkenburg in het jaar 1900 is overleden. Hij ging ook voor in Alblasserdam, Ridderkerk, Schiedam en zelfs op het eiland Tholen. Ook is hij voorgegaan in de ‘Hoogduitsche gemeente’ aan de Generaal van de Heijdenstraat in Rotterdam.

In het jaar 1908 heeft ds. Stam de heer J.H Bogaard bevestigd als herder en leraar te Sliedrecht.

Op 5 mei 1916 is ds. Stam te Capelle aan den IJssel overleden en is hij op 9 mei 1916 begraven op de (oude) begraafplaats te Capelle aan den IJssel. Deze dienst werd geleid door ds. Bogaard.

Ds. H. Vlot (voorganger in de periode 1928 – 1974)

Na het overlijden van ds. Stam is de gemeente te Capelle aan den IJssel een periode vacant geweest. De sacramenten werden in die periode bediend door ds. Bogaard uit Sliedrecht.

Hendrik Vlot is geboren op 9 mei 1898 te Sliedrecht en groeide op in een gezin dat niet naar de kerk ging. Echter, bij zijn moeder is er verandering in haar leven gekomen toen Hendrik Vlot 6 jaar oud was en hij is toen onder het Woord gekomen. Nadat zijn vader in oktober 1916 in Duitsland is verdronken, kwam Hendrik Vlot weer terug naar Sliedrecht en daar kwam hij onder het gehoor van ds. Bogaard.

Hendrik Vlot is er door de Heere bij bepaald dat hij eens voorganger in de gemeente te Capelle aan den IJssel zou worden. Hij heeft in 1928 deze roeping aan ds. Bogaard verklaard, die dit ook mocht overnemen. Vervolgens is een gezamenlijke vergadering van de kerkbesturen van de gemeenten in Alblasserdam, Capelle aan den IJssel, Hendrik-Ido-Ambacht en Sliedrecht bijeen geroepen, waarna deze roeping en zending in volle overgave is overgenomen. Vanaf die tijd (4 november 1928) heeft de heer Vlot gesproken in de gemeente van Capelle aan den IJssel en daarna ook in de vacante gemeenten. Na dus ruim 12 jaar vacant te zijn geweest, was er weer een voorganger in de gemeente te Capelle aan den IJssel.

Alhoewel ds. Vlot dus al wel voorging, schreef de kerkenraad van de gemeente Capelle aan den IJssel op 18 september 1929 een officiële beroepsbrief aan hem en dit beroep is door hem zonder enige schroom aangenomen.

 Op 15 november 1929 is hij in het huwelijk getreden met Cornelia van Heteren die op 14 mei 1894 te Sliedrecht was geboren.

 Hendrik Vlot is op 5 juni 1936 door ds. Bogaard bevestigd tot predikant in de gemeente te Capelle aan den IJssel. Slechts negen dagen hiervoor heeft ds. Bogaard in de gemeente te Schiedam ds. Hofman bevestigd in het ambt van herder en leraar.

Ds. Vlot heeft de gemeente te Capelle aan den IJssel (en ook de andere zustergemeenten en ook elders zoals te Moordrecht) gedurende vele jaren gediend. Op dankdag (6 november 1974) maakte ds. Vlot aan de gemeente bekend dat hij afscheid zou nemen, vanwege ouderdom en lichamelijke omstandigheden. Hij mocht ook zijn opvolger de heer Van Roon aanwijzen, tot dat moment ouderling in de gemeente. Ds. Vlot is op 22 februari 1976 te Capelle aan den IJssel overleden op de leeftijd van 77 jaar. Hij is op 27 februari 1976 begraven op de begraafplaats Oud-Kralingen aan de Kralingseweg te Rotterdam. Deze dienst werd geleid door Ds. Van Roon.

Ds. Van Roon (voorganger in de periode 1975 – 1996)

Marinus van Roon is geboren op 28 augustus 1926 te Zwammerdam en hij is in het huwelijk getreden met Leentje van Hartingsveldt. Na een periode (lerend) ouderling van de gemeente te zijn geweest is hij op 19 juni 1975 door ds. Vlot bevestigd als zijn opvolger in de gemeente te Capelle aan den IJssel. Voor die tijd was ds. Vlot 13 weken aaneengesloten ziek geweest en het was naar de mens gesproken niet meer mogelijk dat hij zijn opvolger in het ambt van herder en leraar zou kunnen bevestigen. Maar de Heere heeft zich een waarmaker van Zijn woord getoond.

Tot onze diepe smart en droefheid vermelden we dat de kerkenraad in 1996 ds. Van Roon heeft geschorst en later het besluit heeft genomen dat hij niet langer het ambt van predikant van onze gemeente kan uitvoeren. Op 14 juli 2013 is ds. Van Roon te Zevenhuizen overleden op de leeftijd van 86 jaar. 

Ds. Van Os (voorganger in de periode 2004 - heden)

Johan Christoffel van Os is geboren op 30 september 1947 te Capelle aan den IJssel. Na een periode van ouderling te zijn geweest, heeft hij zich aan het begin van het jaar 2002 uitgesproken over zijn een roeping tot het ambt van herder en leraar van de gemeente te Capelle aan den IJssel. Dit is besproken door de plaatselijke kerkenraad, samen met de kerkenraad van de zustergemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, waarna hij op woensdagavond 6 februari 2002 voor het eerst is voorgegaan. 

Na een periode van bijna 2 jaar lerend ouderling te zijn geweest is de heer Van Os is op 29 januari 2004 door ds. J. van Prooijen (toen predikant van de Vrije Oud Gereformeerde Gemeente te Rijssen) bevestigd als herder en leraar van de gemeente te Capelle aan den IJssel.